De druiven van de Côtes-du-Rhône

Door Veracx Luc op ma, 08/01/2018 - 16:34

1 De witte druivenrassen

1.1 Bourboulenc

Wit druivenras uit de Franse Rhône) en de naburige streken (+/- 800 ha in 2000 en ongeveer 1 % van het areaal van Château-neuf-duPape) dat laat rijpt. Hoofddruif van de witte La clape (min.40 %).

De druiven moeten laat geoogst worden om een stevige, karaktervolle wijn met goede aciditeit en aroma’s van citrus, frisheid van engelwortel en rokerigheid te geven. Kan wat boers overkomen.

Aroma’s: citrus groene angelicawortel, appel, noten, rokerigheid.

1.2 Clairette blanche

Dit is de belangrijkste witte druif uit het Franse zuiden. Ze komt voor in Sardinië, Zuid-Afrika en Australië.
De slappe neutrale druif heeft een dunne schil voor witte wijn en levert wijnen op met weinig zuur. De meestal fruitige wijnen zijn gevoelig voor oxidatie. Ze werden vroeger veel gebruikt als basis voor vermouth vanwege zijn natuurlijk hoge alcoholgehalte, voor droge en zoete wijnen en voor rancio. Ook nog voor mousserende wijn zoals in Clairette de Die.

Aroma’s: witte bloemen, appel, pompelmoes, perzik, pruimen, meloen. Typisch bittertje in de afdronk.

1.3 Grenache blanc (garnacha blanca)

Deze gemakkelijke en productieve betrekkelijk levert wittewijn met veel extract op. Hij behaalt gemakkelijk een hoog natuurlijk alcoholgehalte maar wel weinig zuren. Gebruilkt in Rivesaultes VDN uit Roussillon, maar ook in diverse Rhône-blends, o.a. witte Châteauneuf-du-Pape.

Aroma’s: dille, groene appel, perzik.

1.4 Maccabeo (= viura)

In Spanje is de Macabeo een belangrijke druivensoort voor witte wijn. In de Rioja noemt men hem Viura. In de CdR alleen gebruikt in de Costières de Nîmes en de Luberon, waar het ongeveer 8 % van het witte druivenassortiment voor zijn rekening neemt. Het is dus geen echte Rhônedruif.

De strogele wijnen zijn hoog in zuurgehalte en hebben een geur van bloemen. Zij verliezen gemakkelijk hun smaak en fruitige karakter en zijn op hun best wanneer zij jong gedronken worden..

Aroma’s: bloemen, groene appel, noten.

1.5 Marsanne

Een krachtige druivensoort voor witte wijn die een bijna bruine wijn geeft. De wijn heeft veel alcohol en extract. De druif voor de Hermitage uit de Valais (Zwitserland). De wijnen kunnen het best snel gedronken worden want ze verouderen meestal snel. De blend met Rousanne bewaart beter.

Aroma’s: caramel, pruimen, ananas.

1.6 Muscat blanc à petits grains (zie ook:  de druiven van de Elzas)

Het ras houdt van magere hellingen met veel keien.
Met muscat à petits grains kunnen zowel zoete wijnen als droge witte wijnen worden gemaakt.

Aroma’s: sinaasappel, bruine suiker, gerstesuiker, krenten.

1.7 Picardan

De picardandruiven hebben een zachte smaak en hun aroma roept hints op van muskus.

Aroma’s: alcohol, citrus, muskus

1.8 Picpoul

Picpoul blanc is een druivensoort voor witte wijn uit het Franse zuiden. Deze snelgroeier heeft behoefte aan flink snoeien.
De druivensoort is de basis voor de AOC ‘Picpoul de Pinet’. Picpoul is één van de 13 druivensoorten die gebruikt mogen worden om Châteauneuf du Pape te maken.

Er bestaan ook een Picpoul gris en een Picpoul noir.

De witte wijnen hebben een hoog zuurgehalte waardoor ze interessant zijn in blends.

Aroma’s: citrus, gedroogd fruit, groene appel.

1.9 Roussanne

Deze druivensoort komt het meest voor in de Rhône en de Zuidfranse Midi. Ze rijpt laat wat problemen oplevert in koudere gebieden. Doet het uitstekend op een warme en goed gedraineerde bodem met veel keien, magere en schrale gronden op hellingen of op aanslibbings- of kalkhoudende bodems met veel keien De geurige, florale- iris en kamperfoelie -  en fruitige witte wijn heeft finesse. Hij kan een kruidige toest vertonen en kan soms aardig verouderen, maar is gevoelig voor oxidatie.

Aroma’s: abrikozen, groene appel, perzik, iris, kamperfoelie.

1.10 Ugni blanc (trebbiano in Italië

Het ras is gevoelig voor wind. Ugni blanc produceert een bleekgele en droge wijn met laag alcoholgehalte en met een hoge zuurtegraad. Neiging tot oxidatie. De enige druif voor de productie van cognac.
In de assemblage zorgt deze druif voor een vleugje zuur om sommige al te soepele rassen op te peppen, bovendien geeft zij finesse en frisheid.

Aroma’s: .citrus, groene appel, noten.

1.11 Viognier

Dit druivenras produceert goudkleurige witte wijnen met een vet en smeuïg karakter, die snel te genieten zijn.  In de zeer zeldzame witte wijnen die in Condrieu (op top na 2-3 jaar) en Château-Grillet (12 à 18 maanden gerijpt op eik, maar kort na de botteling te drinken) van dit unieke druivenras worden gemaakt, proeven wij zowel gele vruchten als kruiden of gedroogde vruchten.

Deze zeer geparfumeerde en subtiele wijnen geven sterk wisselend aroma’s vrij van gele vruchten (mango, peer, perzik, abrikoos, kweepeer), van verse bloemen (viooltjes, iris, acacia), van muskus en kruiden maar ook van gedroogde vruchten (gegrilde amandel en hazelnoot).

De wijn is een perfecte begeleider bij groene asperges, sushi, oesters, quenelles in Nantuasaus, snoek of rivierkreeftjes, Rigotte van Condrieu, een Picodon uit de Drôme of een koek met amandelen.

Aroma’s:.mango, peer, abrikoos, perzik, bloemen, viooltjes, gedroogde vruchten en noten.

2 De rode druiven van de Côtes-du-Rhône

2.1 Brun argenté (= Vaccarèse of camarèse)

Weinig voorkomend ras uit het Rhônegebied, gevoelig voor meeldauw, met eigenschappen zoals van de syrah en de cinsaut. Slechts 0,15 % van het areaal van de Château-neuf-du-Pape.

Aroma’s: bramen, peper, specerijen.

2.2 Carignan noir (mazuelo, bovale grande, cariñena, samsó, carignane)

Komt voor in het Franse zuiden, Spanje (Catalunya), Sardinië, Italië, Algerije en de Nieuwe Wereld.
Vooral in het zuiden van Frankrijk is de Carignan volop aangeplant en is hij zelfs de grootste variëteit. In Spanje is hij in volume de derde druivensoort.

Deze zeer productieve druivensoort voor rode wijn die laat uitloopt en daarom zelden last heeft van schade door vorst. Ze is wel ziektegevoelig. De rechtop groeiende plant hoeft niet opgebonden te worden, maar is ook niet geschikt voor machinale oogst.
De soort houdt van arme grond en rijpt laat en kan derhalve goed gekweekt worden in een droog en warm tot heet klimaat.

Deze druivensoort wordt meestal gebruikt in blends. De vettige, ronde wijn is gevoelig voor oxidatie. De kleur is diep.

De gestructureerde wijnen ervan zijn nogal rijk aan tannine en hebben vrij veel zuur. Impressies van rijp fruit , zeker pruimen, ook bramen en zwarte kersen, en toetsen van kruiden zijn typisch.
Rijping op eik zorgt voor tonen van toast, gegrilde amandelen en leer.
De kwaliteitswijnen zijn zeer tanninerijk.
Via macération carbonique: soepel en fruitig.

Aroma’s: peper, pruimen, inkt.

2.3 Cinsau(l)t (Ottavianello)

Deze druif die zeer goed bestand is tegen droogte komt voor in het Franse zuiden (o.a. Tavel), Italië (DOC Ostuni Ottavianello in Puglia), Noord-Afrika (de ex Franse kolonies) en de Nieuwe Wereld, vooral Australië, Zuid-Afrika en de USA. Ze is de vierde belangrijkste druif uit de Languedoc-Roussillon waar ze vanwege haar lichte schil gekend is via de rosé-wijnen.

De wijn is aromatisch, licht en soepel, toegankelijk, met zwoel fruit.
Na verouderen: adellijk wild, bacon, zwarte peper, leer en tabak.
De wijn wordt vooral gebruikt in blends om de wijn zachtheid, geur en fruitigheid te geven.

Aroma’s: : rood en blauw fruit (frambozen, aardbei, bramen, granaatappel), perzik en nectarine, gedroogd fruit,noten, witte bloemen, specerijen.

2.4 Clairette rose

Mutatie van de clairette blanche uit het Franse zuiden, weinig voorkomend en vooral gebruikt voor roséwijnen.

2.5 Counoise

Counoise komt nog weinig voor maar is wel verspreid in het Franse zuiden. Ze produceert wijn met weinig kleur, een laag tanninegehalte maar een hoge aciditeit. Hij is wel fijn en fruitig. In assemblages zorgt ze voor body, fruitige en pittige toetsen. De druif verrast met uiteenlopende aroma’s met toetsen van vruchten, bloemen en kruiden.

Aroma’s: vruchten, zure damastpruimen, bloemen, kruiden, peperig.

2.6 Grenache gris

Deze rose variant (cloon) van de grenache noir wordt vooral in de Roussillon aangeplant (Banyuls).

2.7Grenache noir (cannonau in Sicilië en Sardinië, garnacha tinta in Spanje)

Grenache is een sterke druivensoort voor rode wijn, die goed tegen extreme hitte kan. De druif heeft een dunne schil met weinig pigment en is daarom geschikt om rosé te produceren. Ze rijpt lang en kan een hoog suikerniveau ontwikkelen. De Garnacha is in Spanje’s enorme wijnbouwareaal de meest aangeplante donkere wijnstok. Hij is een van de ingrediënten van Spanje’s beroemde wijn Vega Sicilia, ook is hij belangrijk in de Châteauneuf du Pape.

De alcoholrijke, rode wijnen van Grenache kunnen wat weinig kleur hebben en oxideren snel. In de roséwijnen verrast grenache door het rijke fruit, de fluweelzachte smaak en de bleke kleur.
In de rode wijnen zorgt de druif voor een verleidelijke diepte met zeer fruitige aroma’s van rood fruit, pittige zwarte bessen, braambessen en pruimen, cassis bij geconcentreerde wijnen. Verder toetsen van gedroogde vijg, tabak, mokka,en witte peper. Weinig zuren en een fruitige, zoete smaak.
Bij het ouderen gaan de tannines zich vermengen en ontwikkelen zalige, gullige aroma’s van vruchten, maar ook van de omringende garrigue, van kruiden en van geparfumeerde pepers.

Aroma’s: jamgeuren van rijp zwart fruit, garrigue, pepers.

2.8 Marselan

Kruising van cabernet sauvignon en grenache noir (uit Marseillan - 1961).
Deze druif wordt gebruikt in de AOC Côtes du Rhône (maximum 10 %), en produceert een complexe, diep gekleurde wijn met veel aroma’s, veel soepele en harmonische tannines. Met haar karakter kan deze druif vanwege haar polyfenoliek, anthocyaniek en looizuurpotentieel een basis voor de assemblage vormen.

In de smaak en geur komt men tegen: cacao, cassis, confituur, kruiden, frambozen, rijp fruit, geconfijt fruit, rook, kruisbes, kirsch, bramen, peper, olijven, pruimen, drop en groen.

Aroma’s: bramen, cacao, groene kruiden.

2.9 Mourvèdre (monastrell in Spanje)

Een sterke druivensoort voor rode wijn met een zeer dikke schil dat goed gedijt in extreme klimaten met hete zomers en koude winters. De naam is waarschijnlijk afkomstig van het stadje Muviedro bij Valencia waar hij vandaan moet komen. Ze loopt laat uit en is laat rijp en dus geschikt voor de zuidelijker gebieden. De soort is beroemd om de rode Bandol wijnen uit Zuid-Frankrijk. Ze doet het opperbest in de Franse Provence waar ze bekend is van de rode Bandol. De variëteit wordt ook in blends gebruikt in de Franse Rhône. Daarnaast worden de wijnstokken veel aangeplant in de Australische, Californische en Spaanse wijngaarden waar hij gekend is als Monastrell.

Volle, diepe wijnen. De wijnen bevatten compacte tannine en suiker, en genoeg zuren. De mooi gekleurde, goed gestructureerde, krachtige wijnen is niet altijd even geschikt voor lang rijpen want hij heeft de neiging tot oxideren. Er wordt ook dessertwijn van gemaakt. Bij rosé verlengt deze druif het frisse karakter en versterkt zij de aroma's.

In hun jonge jaren geven deze wijnen aroma’s van zwarte vruchten vrij (zwarte bessen, braambessen, pruim, kers), peper, specerijen, plantaardige toetsen van garrigue of laurier, zoethout, tijm, kruidnagel, kaneel, hars en aardse tonen.
Na ongeveer 5 jaar evolueren die naar rondere toetsen en complexere aroma’s. In de mond proeven we dan toetsen van truffel, leder, geconfijte vruchten (pruim, braambes en blauwe bosbes), maar ook heerlijke geuren van wild, kruiden, tabak en rokerige accenten.

Goed bij (geroosterd) vlees en wild.

Aroma’s: bramen, rode bessen, kruiden, specerijen.

2.10 Muscardin

Muscardin is een aanvullend druivenras dat bij de productie van diverse zuiderse wijnen wordt gebruikt. 0, 4 % van de wijngaard in Châteuneuf-du-Pape. De wijn is gevoelig voor oxidatie. Het verleent een frisse toets en een floraal aroma aan blends. Er kunnen zeer aromatische wijnen met middelhoog alcoholgehalte, weinig kleur en een toets heerlijke frisheid mee worden gemaakt.

Aroma’s: pruimen en rode bessen, floraal.

2.11 Picpoul noir

Een betrekkelijk rijk bouquet van bloemen en vruchten, een elegante vorm, weinig tannine en fijn.

2.12 Syrah

Een zeer sterke druivensoort voor rode wijn en kruidige, fruitige rosé. In koud weer tijdens de bloei kan coulure optreden. Bekend in Australië onder de naam‘shiraz’.Belangrijk in de valei van de Rhône waar ze vooral in het noordelijk gedeelte grote wijnen levert zoals in de Hermitage en de Côte Rotie. Fruitiger met bessen en chocolade en minder somber in Australië dan sommige minerale, rokerige Rhônewijnen. Syrah wordt tevens in de productie van mooie en fruitige roséwijnen gebruikt.

De aromatische, somber gekleurde, purperen tot zwarte wijnen van de syrah hebben een hoog tannine-gehalte, zonder stroef te zijn. De aciditeit is variabel. Ze kelderen goed.

De wijnen met flink wat alcohol, zijn goed onderbouwd maar tonen toch een delicaat karakter. Er komen heel gracieuze, fruitige aroma’s vrij (rode, blauwe en zwarte vruchten: framboos, aalbes, blauwe bosbes, braambes) evenals florale (viooltjes, reseda) en ook kruidige toetsen: tonen van vers gemalen peper, truffel, zoethout, menthol, maar ook tapenade van zwarte olijven, turf, grafiet en gerookte tonen.
Bij oudere wijnen evolueert de kenmerkende neus van viooltjes naar meer complexe nuances van chocolade, muskus, truffel, leder, peper of zoethout.

Aroma’s: bosbessen, bramen, gemalen zwarte peper, zwarte bessen.

2.13 Terret noir

Druif voor assemblages in het Franse zuiden. Ze levert wijn met weinig kleur en weinig body, maar is wel zeer aromatisch en complementair aan grenache en mourvèdre.

Aroma’s: passievrucht, pruimen en aalbessen.