De vallei van de Rhône

Door Veracx Luc op ma, 08/01/2018 - 17:21

Een goed bron: http://www.rhone-wijnen.com/be/

73 468 ha / 2 830 000 hl (2/3 door 100 bedrijven) – witte, rosé, rode wijn en schuimwijn.
200 km van Vienne tot Avignon, 50 km onderbroken van Valence tot Montélimar.

Le Rhône septentrionale – de noordelijk Rhone (20 %)

  • Van Vienne tot de Drôme, ten zuiden van Valence.
  • Granieten ondergrond op steile hellingen.
  • Eerder continentaal klimaat.
  • Steile hellingen met hetzij leisteen (schistes), hetzij granieteuze bodem (ch. Grillet, viognier).
  • Rood: syrah zwaait de plak.
  • Wit: viognier, roussanne en marsanne (alleen in het noorden toegelaten).
  • Mousserende wijn: vooral in Diois (Clairette de Die).

Le Rhône méridionale – de zuidelijke Rhône (80 %)

  • Van Montélimar tot de Durance, onder Avignon.
  • Mediterraan klimaat – koude, droge mistrals.
  • 5 types bodems:
    • Bodems met platte keien (galetten) en klei.
    • Mergelhoudende kleibodems.
    • Bodems met afzettingsgesteenten (op de hellingen van de gebergten) verzekeren de wijnstok van een regelmatige watervoorziening en de nachtelijke afgifte van warmte die door de keien overdag opgeslagen werd. Deze bodems zijn bijzonder geschikt voor de productie van bewaarwijnen.
    • Lösshoudende gronden (leemgrond).
    • Zandbodems hebben een meer contrastrijke waterhuishouding. Ze zijn meer geschikt voor het cultiveren van witte en rosé wijnen en ook lichtere rode wijnen.
  • Rood: grenache noir, syrah, mourvèdre, cinsau(l)t en carignan.
  • Wit: grenache blanc, clairette, bourboulenc, roussanne.
  • 20 druivenrassen in de AOC’s van de zuidelijke Rhône(marselan alleen in het noorden):
    • Raisins principaux: druivenras(sen) dat volgens het lastenboek een minimum van de wijn vertegenwoordigt, eventueel samen met de raisins secondaires of complementaires.
    • Raisins accessoires: (beperkt) toegestane druivenrassen.

Een voorbeeld hoe de druivenrassen per AOC worden bepaald door de ‘cahier des charges’

Druivenrassen in AOC CdR Villages

Rode wijn

Rosé wijn

Witte wijn

Bourboulenc

 

(A)

P

Brun argenté (lokale namen: camarèse or vaccarèse)

(A)

(A)

 

Carignan

(A)

(A)

 

Cinsaut

(A)

(A)

 

Clairette blanche

 

(A)

P

Clairette rose

 

(A)

 

Counoise

(A)

(A)

 

Grenache blanc

 

(A)

P

Grenache gris

 

(A)

 

Grenache noir

P

P

 

Marsanne

 

(A)

P

Mourvèdre

S

S

 

Muscardin

(A)

(A)

 

Piquepoul blanc

 

(A)

(A)

Piquepoul noir

(A)

(A)

 

Roussanne

 

(A)

P

Syrah

S

S

 

Terret noir

(A)

(A)

 

Ugni blanc

 

(A)

(A)

Viognier

 

(A)

P

De Wijnen

De meestal lichte, helderrode wijnen zijn fruitig (jammy!), lekker wegdrinkend, soepel en aangenaam als ze jong zijn. Fris geserveerd gaan ze goed samen met wit vlees, vleeswaren en zachte kazen.
De meer gecorseerde, rode bewaarwijnen zijn rijk en krachtig en hebben complexe aroma's van kruidigheid en zwart fruit (jammy!). Ze worden geserveerd op 15 tot 17°C en passen bij rood vlees, lam, coq-au-vin en geraffineerde kazen.

De witte wijnen van de Côtes du Rhône zijn helder en eenvoudig geel van kleur. Ze hebben aroma's van bloemen en fruit en zijn evenwichtig in de mond. Het warme klimaat zorgt voor de rondeur.

De rosé wijnen hebben toetsen van kers, delicate aroma's van rood fruit en een aangename frisheid.

Er zijn enkele mousserende wijnen en 2 bekende zoete wijnen (vins doux naturels = VDN) namelijk de AOC muscat de Beaumes de Venise en onder de ruimere AOC Rasteau een rancio (zoals een tawny port, Madeira of Marsala, gemaakt door de vaten met wijn in de hete zon te laten rijpen).

De bijzonderste kwalificaties

  • Enkele IGP’s : Alpilles, Bouches-du-Rhône, Comtés-Rhodaniens, Ardèche, Cévennes.
  •  ‘Jeunes appellations ‘en de ruimere ‘vallée de la Loire’ zijn wijnen die meestal recent een regionale erkenning als AOC hebben gehaald:
    Diois (clairette-de-die, crémant-de-die, châtillon –en-diois, …), Duché d’Uzès, clairette de Bellegarde, costières de Nîmes, coteaux de Pierrevert, Grignan-les-adhémar (was coteaux du Tricastin), côtes du Lubéron, côtes du Ventoux, côtes du Vivarais.
  • Algemene Regionale AOC: AOC côtes-du-Rhône
  • Algemene gemeentelijke AOC onder de benaming: AOC côtes-du-Rhône Villages
  • Individuele gemeentelijke AOC’s onder de benaming AOC côtes-du-Rhône Villages + gemeentenaam
  • Cru's: gemeentelijke AOC’s met karaktervolle wijnen: AOC + naam

AOC Côtes du Rhône – 37 465 ha / 1 205 000 hl (97 % rood en rosé)

  • De appellation Côtes du Rhône spant zich over de 2 oevers van de Rhône uit over 6 departementen (Loire, Rhône, Ardèche, Drôme, Vaucluse en Gard).
  • 171 gemeenten, van Vienne tot Avignon, gedefinieerd als toegestaan wijngebied.
  • 21 druivenrassen toegelaten (Marselan alleen in het noorden).
  • Bevloeiing wordt streng beperkt.
  • Het alcoholpercentage moet minstens 11 % bedragen (10,5 % boven de Drôme).
  • De opbrengst mag maximaal 70 hectoliter per hectare opleveren.
  • In het noordelijk gedeelte maakt de syrah het goede weer uit voor de rode wijn en in het zuiden (ook voor de rosé) de grenache noir minstens 40 % noir en voor minimaal 10 % uit syrah, mourvèdre en cinsault (over enkele jaren 25 %). De wet legt een verhoging van deze rassen op voor de komende jaren.
    Andere toegelaten blauwe rassen van de CdR: voor max. 20 %, waarvan maximum 10 % marselan en 5 % witte rassen (20 % in de rosé).
  • Op rijke mergelhoudende kleibodems: compacte, gulle rode wijnen, met volle kleuren, breed, vlezig en met krachtige aroma's.
    Op schrale klei of zanderige bodems: aangename wijnen, elegant, verfijnd en fruitig.
  • Frisse, fruitige rosé wijnen.
  • De witte wijn moet voor 80 % bestaan uit grenache blanc, clairette, marsanne (N), roussanne, bourboulenc en viognier.
  • Ronde witte wijnen.
  • De primeurwijnen die te koop worden aangeboden vanaf de derde donderdag van november, zijn fruitig en drinken lekker en vlot weg.

AOC Côtes du Rhône Villages – 10 240 ha / 298 000 hl (98 % rood en rosé)

  • 4 zuidelijke, departementen: Ardèche, Drôme, Gard en Vaucluse, gebied van 95 gemeenten.
  • Het landschap bestaat uit hellingen en terrassen met verschillende bodems:
    • ontstaan uit aanslibbingen van rivieren
    • ontwikkeld op mergel en zachte kalksteen
    • ontstaan via erosie (mergel, zand, zandsteen of melasse)
  • 70 gemeenten produceren volgens een strenger lastenboek onder generieke naam CdRV.
    Maximumopbrengts: 50 hl/ha.
  • 20 gemeenten mogen hun naam toevoegen aan het predikaat côtes-du-rhône-village als ze beantwoorden aan het individueel lastenboek.
    Maximumopbrengst: 45 hl/ha
  • Lijst van 20 toegelaten druivenrassen
  1. witte wijn:

cépages principaux: bourboulenc B, clairette B, grenache blanc B, marsanne B, roussanne B, viognier B ;

cépages accessoires: piquepoul blanc B, ugni blanc B.

  1. rode wijn:
    • cépage principal: grenache N ;
    • cépages complémentaires: mourvèdre N, syrah N ;
    • cépages accessoires: brun argenté N (= camarèse ou vaccarèse), carignan N, cinsaut N, counoise N, muscardin N, piquepoul noir N, terret noir N.
  2. rosé wijn:
    • cépage principal: grenache N
    • cépages complémentaires: mourvèdre N, syrah N ;
    • cépages accessoires : bourboulenc B, brun argenté, carignan N, cinsaut N, clairette B, clairette rose Rs, counoise N, grenache blanc B, grenache gris G, marsanne B, muscardin N, piquepoul blanc B, piquepoul noir N, roussanne B, terret noir N, ugni blanc B, viognier B.
  • Rode wijnen: minimaal 80 % bestaat uit ‘cépage principal’ + ‘cépages complémentaires’ en daarvan voor 50 % grenache noir en voor minimaal 20 % uit syrah en/of mourvèdre. Andere toegelaten blauwe rassen van de CdR voor max. 20 %.
  • Roséwijnen: idem maar voor maximum 20 % toegelaten witte druivenrassen.
  • Witte wijn: minstens 80 % ‘cépages principaux’.
  • Minstens 12 % alcohol verplicht, maar 12,5 % voor rode wijn onder gemeentelijke appellatie.

De 17 Cru’s

13 AOC’s hebben een belangrijke historische erkenning bekomen op basis van hun uitzonderlijke kwaliteit. De specifieke terroir en het vakmanschap om met de terroir en de plaatselijke druivenrassen om te gaan hebben er toe bijgedragen.
Andere hebben de laatste decennia gestreden voor die erkenning.

De AOC Châteauneuf-du-Pape als voorbeeld:

Het middeleeuwse pauselijke verblijf in de stad zorgde voor naambekendheid.
De keuze van de paus zal wel beïnvloed geweest zijn door de gunstige ligging voor de wijnproductie die welvaart voor de stad betekende.

In de AOC Châteauneuf-du-Pape worden 13 druivenrassen toegestaan (8 blauwe en 5 witte). Tegenwoordig gebruikt men voornamelijk grenache, cinsault, mourvèdre, syrah, muscardin, counoise, clairette en bourboulenc. De witte wijnen hebben hun kwaliteit vooral aan de roussanne te danken.
De andere druivenrassen zijn vaccarèse, terret noir, roussanne, picpoul en picardan.

De beste rode wijnen bestaan vooral uit grenache (soms tot 70 %), syrah en mourvèdre.

De kalkrijke bodems geven de witte wijnen een zekere volheid, rondeur en een aangename frisheid.

Zuidelijk geven de kleigronden met ‘galettes’ weelderige ronde, gestructureerde rode wijnen.
Noordelijk levert de zanderige bodem eerder lichtere, fijnere, licht kruidige wijnen op.

In het begin van de 20-ste eeuw streefde baron Leroy, eigenaar van Château Fortia te Châteauneuf-du-Pape voor de AOC-erkenning. Zijn inspanningen en investeringen vanaf 1923 maakten dat Chateauneuf een hoog kwalitatief niveau bereikte en in 1936 één van de eerste de erkenning haalde als AOC.

20 gemeentelijke AOC Côtes-du-Rhône-Villages

17 cru wijnen (AOC + gemeentenaam)

 

N = in de noordelijke Rhône